Zion National Park

Zion, dat al een National Park is sinds 1919, bestaat uit bijna 600 km2 rotsen en ravijnen. De naam komt van de Mormonen, de eerste blanken die het park ontdekten. ‘Zion’ refereert naar een veilige plaats.

In Zion National Park zijn ruim 800 plantensoorten te vinden evenals 380 verschillende diersoorten, waaronder 271 vogelsoorten.

Het National Park is 250 miljoen jaar oud en ontstaan toen enorme vulkaanuitbarstingen het gebied begonnen te vormen. Er liepen toen ook dinosauriërs rond, waarvan tot vandaag de dag nog fossielen te vinden zijn.

De rotsen in het gebied werden ongeveer 150 miljoen jaar geleden gevormd uit samengeperst zand; de ravijnen die te vinden zijn in Zion werden weggeslepen uit het zandsteen doordat er zo’n 4 miljoen jaar geleden de Virgin River stroomde. Het water heeft sindsdien langzaam maar zeker de rotsen weggeslepen, waardoor de bekende ravijnen ontstaan zijn.

De eerste aanwijzingen van menselijke bewoning dateren van zo’n 7.000 jaar geleden. De Anasazi Pueblo Indianen bewoonden daarna het gebied vanaf zo’n 2.500 jaar geleden tot 1150 n.Chr., gevolgd door de Paiutes, die het gebied bewoonden toen de eerste blanken het bezochten rond 1860. Hoewel hun aantallen door ziektes drastisch verminderen, zijn ze tot vandaag de dag in de omgeving van Zion NP te vinden.

Het park is het hele jaar geopend, maar van november tot maart kan er bar winters weer voorkomen waardoor delen van het park gesloten zijn.

Op de kaart