Dit park ligt in het oosten van de staat Arizona en heeft als voornaamste trekpleister de versteende bomen die er liggen.
In 1906 werd het park uitgeroepen tot National Monument en in 1932 werd het park uitgebreid met het gebied wat bekend staat als Painted Desert. In 1962 werd de status National Monument omgezet in National Park.
Het park beslaat een oppervlakte van 378 vierkante kilometer. Er zijn in het park zes afzonderlijke ‘forests’ waar grote, boomstamvormige blokken jaspis en agaat op de grond liggen. Deze zijn omgeven door kleinere brokstukken en fragmenten.
Het gebied bestaat uit droge hoogvlaktes, zandwoestijnen, rotsformaties en afgestompte rotsmassieven. Vroeger was dit gebied een laagvlakte met moerassen en rivieren. In het zuidelijke deel van het park groeiden bomen, tussen een verscheidenheid aan reuzenvarens, cycladen en andere oervegetatie. De hoge bomen zijn omgevallen en door de rivieren naar de laagvlakte gespoeld. Hier werden ze bedolven onder slib, modder en zand met vulkanische as. Deze as was rijk aan kiezelaarde.
Door deze lagen werd zuurstof belemmerd nog bij de boomstammen te kunnen komen waardoor een normale ontbinding niet meer mogelijk was. Dit proces zou zich tweehonderd miljoen jaar geleden af hebben moeten spelen. Hierna is het gebied langzaam gaan dalen tot onder de zeespiegel. Hierdoor nam de zee het gebied onder handen en via het sedimentatieproces werd het gebied met een nieuwe laag bedekt. Weer wat later werd de bodem omhooggewerkt, de hierbij optredende spanningen in de bodem zijn verantwoordelijk voor de breuken in de boomstammen. Veel korter geleden werden de sedimentaire lagen door wind en water verwijderd. Daardoor bleven de versteende boomstammen en fossielen achter op het land.
Momenteel zijn de bovengenoemde krachten nog steeds aan het werk en zorgen voor veranderingen aan de nu blootliggende boomstammen, echter dit proces zorgt er ook voor dat telkens weer nieuwe boomstammen tevoorschijn komen.